Leren vliegen
Met chirurgische precisie plaatste hij het mes en oefende voorzichtig druk uit. Concentratie was op zijn gezicht af te lezen, het mes controlerend tijdens de snijbeweging. Ondanks de warmte zweette hij niet, het was niet de eerste keer. Met een blik van voldoening keek hij hoe het mes het einde bereikte en een plakje wortel bij de andere 3 op de snijplank viel.
Hij was 5 minuten bezig met 4 stukjes, op elk bord lagen 10 stukjes en er waren 6 borden.
We zijn in de keuken gaan kijken omdat het zolang duurde, en hebben uiteindelijk anderhalf uur op ons eten gewacht. Er waren 3 van dit soort 'koks' aan het werk, wij waren de enige gasten in het restaurant, en het was na zolang wachten nog steeds niet lekker. Het meisje dat ons dit restaurant aanraadde wist ook nog een leuk hotel. We hebben het nooit gezien.
Op de stad Ende na is Flores heel goed bevallen. Het eiland bestaat uit messcherpe bergen en valleien, dicht begroeid met vele watervallen en afgronden. Natuurlijk hebben ze op deze steile hellingen ook rijstterassen kunnen aanleggen, op een of andere manier gaan dat uitzicht nooit vervelen. Boven op de vulkaan Kelimutu hebben we de beroemde meren met 3 kleuren bezocht, gedwaald door lokale rieten dorpjes, gezwommen onder een waterval en gebaad in thermische bronnen.
Vanuit Flores vliegen we terug naar Denpasar op Bali. Voor deze vlucht vertrouwen we ons leven toe aan de chimpansees van Transnusa, die hebben leren vliegen bij dezelfde organisatie als de buschaffeurs uit India. Als we vaart maken om op te stijgen verliezen we een paar vullingen van het gerammel en vallen er enkele bagagekleppen open. Dit kan liggen aan het asfalt van het vliegveld dat lijkt of het gemaakt is van kinderkopjes of aan het vliegtuig, maar omdat de stewardessen hun parachutes nog niet aangetrokken hebben doen we maar of het zo hoort. Even later komen we weer zwabberend tot stilstand op een identieke landingsbaan.
Dankzij een tussenlanding in Maumere mogen we de pret 2 keer meemaken voor de prijs van 1 en stijgen we weer op.
Eindelijk tot stilstand gekomen tegen een catering truck op het vliegveld van Bali is er geen applaus. Er is gejuich! Passagiers feliciteren elkaar uitbundig, stewardessen vallen elkaar in de armen en 1 van hen verdwijnt met de piloot in het toilet.
3 dagen later brengt Airasia ons vlekkeloos in leren stoelen naar Jakarta. Hier zijn we erg blij mee omdat zij ons ook naar en door Maleisie gaan vliegen. In Jakarta brengen we 1 nacht door in een kamertje wat net zo goed een bezemkast had kunnen zijn, als er tenminste geveegd was.
Snel weg met de executive sneltrein naar Yogjakarta, waarvoor we eigenlijk naar Java gekomen zijn. Omdat vliegen op Yogjakarta meer dan 2 keer zoveel kost hebben we deze omweg gekozen en met de trein zien we ook nog een stukje van het land.
Bij de Borobodur worden wij meer op de foto gezet dan de tempel zelf en worden we door een schoolmeisje met haar 3 man sterke cameraploeg geinterviewed. Het leek er even op dat hier nog nooit blanken geweest zijn maar als we de lunch proberen te betalen met 3 kralen en een spiegeltje vallen we door de mand. Toch maar 50 cent neergelegd. Daarna nog de prachtige Prahmbanam tempel bezocht, die na de vorige aardbeving ontoegankelijk is verklaard. Als je van veraf kijkt heb je tenminste geen last van alle details, zullen we maar denken. De indrukwekkende vulkaan die als laatste op het menu staat (naam vergeten) is onzichtbaar door de bewolking. (Touroperators willen geen verantwoordelijkheid nemen voor de weersomstandigheden, belachelijk!)
Gelukkig doet de Bromo vulkaan het beter. Na een wilde jeeprit naar het uitkijkpunt op 2500 meter hoogte, komt de zon op en toont een oranje wolkenmassa onder ons. Als de zon verder stijgt en het warmer wordt lossen de wolken op en komt de stomende krater van de Bromo tevoorschijn, een indrukwekkend gezicht. Het commentaar van Inge bij deze vulkaan die al meerdere malen steden van de aarde geveegd heeft: 'ik had hem toch groter verwacht'.
Hij was 5 minuten bezig met 4 stukjes, op elk bord lagen 10 stukjes en er waren 6 borden.
We zijn in de keuken gaan kijken omdat het zolang duurde, en hebben uiteindelijk anderhalf uur op ons eten gewacht. Er waren 3 van dit soort 'koks' aan het werk, wij waren de enige gasten in het restaurant, en het was na zolang wachten nog steeds niet lekker. Het meisje dat ons dit restaurant aanraadde wist ook nog een leuk hotel. We hebben het nooit gezien.
Op de stad Ende na is Flores heel goed bevallen. Het eiland bestaat uit messcherpe bergen en valleien, dicht begroeid met vele watervallen en afgronden. Natuurlijk hebben ze op deze steile hellingen ook rijstterassen kunnen aanleggen, op een of andere manier gaan dat uitzicht nooit vervelen. Boven op de vulkaan Kelimutu hebben we de beroemde meren met 3 kleuren bezocht, gedwaald door lokale rieten dorpjes, gezwommen onder een waterval en gebaad in thermische bronnen.
Vanuit Flores vliegen we terug naar Denpasar op Bali. Voor deze vlucht vertrouwen we ons leven toe aan de chimpansees van Transnusa, die hebben leren vliegen bij dezelfde organisatie als de buschaffeurs uit India. Als we vaart maken om op te stijgen verliezen we een paar vullingen van het gerammel en vallen er enkele bagagekleppen open. Dit kan liggen aan het asfalt van het vliegveld dat lijkt of het gemaakt is van kinderkopjes of aan het vliegtuig, maar omdat de stewardessen hun parachutes nog niet aangetrokken hebben doen we maar of het zo hoort. Even later komen we weer zwabberend tot stilstand op een identieke landingsbaan.
Dankzij een tussenlanding in Maumere mogen we de pret 2 keer meemaken voor de prijs van 1 en stijgen we weer op.
Eindelijk tot stilstand gekomen tegen een catering truck op het vliegveld van Bali is er geen applaus. Er is gejuich! Passagiers feliciteren elkaar uitbundig, stewardessen vallen elkaar in de armen en 1 van hen verdwijnt met de piloot in het toilet.
3 dagen later brengt Airasia ons vlekkeloos in leren stoelen naar Jakarta. Hier zijn we erg blij mee omdat zij ons ook naar en door Maleisie gaan vliegen. In Jakarta brengen we 1 nacht door in een kamertje wat net zo goed een bezemkast had kunnen zijn, als er tenminste geveegd was.
Snel weg met de executive sneltrein naar Yogjakarta, waarvoor we eigenlijk naar Java gekomen zijn. Omdat vliegen op Yogjakarta meer dan 2 keer zoveel kost hebben we deze omweg gekozen en met de trein zien we ook nog een stukje van het land.
Bij de Borobodur worden wij meer op de foto gezet dan de tempel zelf en worden we door een schoolmeisje met haar 3 man sterke cameraploeg geinterviewed. Het leek er even op dat hier nog nooit blanken geweest zijn maar als we de lunch proberen te betalen met 3 kralen en een spiegeltje vallen we door de mand. Toch maar 50 cent neergelegd. Daarna nog de prachtige Prahmbanam tempel bezocht, die na de vorige aardbeving ontoegankelijk is verklaard. Als je van veraf kijkt heb je tenminste geen last van alle details, zullen we maar denken. De indrukwekkende vulkaan die als laatste op het menu staat (naam vergeten) is onzichtbaar door de bewolking. (Touroperators willen geen verantwoordelijkheid nemen voor de weersomstandigheden, belachelijk!)
Gelukkig doet de Bromo vulkaan het beter. Na een wilde jeeprit naar het uitkijkpunt op 2500 meter hoogte, komt de zon op en toont een oranje wolkenmassa onder ons. Als de zon verder stijgt en het warmer wordt lossen de wolken op en komt de stomende krater van de Bromo tevoorschijn, een indrukwekkend gezicht. Het commentaar van Inge bij deze vulkaan die al meerdere malen steden van de aarde geveegd heeft: 'ik had hem toch groter verwacht'.






